Mythologie I - Achtergrondinformatie over ayurveda.
Het product is toegevoegd aan je winkelwagen.

Vragen? Stel ze gerust via info@ayur.nl

Home |  Webwinkel |  Wat is Ayurveda? |  Afrekenen |  Nieuwsbrief |  Contact

Mythologie I

 

Brahma als oervader van Ayurveda

 

In dit hoofdstuk Mythologie I vind je de volgende onderwerpen:

  • Inleiding
  • Brahma als oervader van Ayurveda

 

In het vervolgende hoofdstuk Mythologie II vind je onderstaande onderwerpen:

  • Dhanvantari – de god van Ayurveda
  • Agni
  • Surya

 

Inleiding – mythologische en religieuze verhalen met betrekking tot de oorsprong van Ayurveda

Binnen de rijke religieus-mythologische traditie van India bestaan er meerdere en verschillende versies over het ontstaan van de ayurvedische geneeskunde. Maar of het nu om wetenschap gaat of om mythologie, voor Ayurveda geldt binnen de Indiaase traditie altijd het volgende:

 

“Ayurveda – de wetenschap van het leven – is tijdloos en eeuwig, het heeft noch een begin noch een einde. Het leven zelf, het intellect, de ziel en het universum hebben eveneens noch een begin noch een einde. Er heeft nooit een tijd bestaan waarin de stroom van het leven of de stroom van universele intelligentie niet stroomde. Daaruit vloeit natuurlijkerwijze voort, dat de wetenschap die zich met het leven bezig houdt, eveneens eeuwig en tijdloos is.”

 

Brahma als oervader van Ayurveda

Er is een bekende sutra (poëtisch vers) over het ontstaan van Ayurveda waarin de god Brahma als oervader van de Ayurvedische kennis wordt erkend. Brahma staat in de Indiase religie voor het zuivere bewustzijn aan wie de oorsprong van het hele universum alsmede van alle wetenschappen wordt toegekend.

 

Sutra:

brahma smritvayusho vedam prajapatim ajigrahat, so’svinau tau shasraksham so’triputadikan munin. te’gniveshadikams te tu prithak tantrani te nire.

 

Bovenstaande sutra betekent:

“En toen kwam Ayurveda weer op in het bewustzijn van Brahma en hij gaf die kennis over aan Daksha Prajapatim, die het op zijn beurt aan de Ashwin tweeling doorgaf, en zij gaven de kennis weer door aan Indra. Indra onderwees het aan de zoon van Atri en aan andere wijzen. Zij gaven het weer door aan Agnivesha en aan anderen en die schreven ieder hun eigen traktaten over Ayurveda.”

 

Deze sutra geeft goed aan hoe mythologie zich mengt met de werkelijkheid van de geschiedenis: op een gegeven moment waren er inderdaad wijzen die traktaten over Ayurveda opgesteld hebben.

 

Indra was een god, maar hij onderwees Ayurveda volgens deze sutra aan de arts Bharadvaja (de zoon van Atri). Vandaar verspreidde de kennis zich naar andere wijzen. Hieronder bevond zich Atreya Punarvasu die zes belangrijke leerlingen had. De bekendste daarvan was Agnivesha wiens traktaat over Ayurveda de meeste erkenning kreeg. Sommige bronnen gaan ervan uit dat het dit boek van Agnivesha was dat later door de arts Charaka werd herzien en uitgegeven. Die uitgave werd weer herzien door een andere arts en is in die vorm overgeleverd en staat nu bekend als de Charaka Samhita, het oudste ayurvedische geschrift dat er nu nog is.

 

Atreya, Agnivesha en Charaka waren allen niet alleen arts maar ook filosoof. Dientengevolge is in de Charaka ook veel levensbeschouwelijke informatie te vinden, die nauw met de ayurvedische leer van het leven verbonden is. Ook het uiteindelijke doel van het leven – namelijk bevrijding, verlichting of eeuwig geluk – komt meermaals in het geschrift tot uiting.

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad